annex 2 – noot 64

Dirk Bouts (ca. 1471-1473), ‘De gerechtigheid van keizer Otto’ (ca. 1448)

Tweeluik te lezen als de voorloper van het stripverhaal: de kleding van de hoofdpersonen blijft in de verschillende taferelen gelijk.)

 

Brussel – Musem voor oude kunst
  ‘De marteldood van de onschuldige’

Boven in het linker luik:
Otto luistert naar de valse beschuldiging van zijn gemalin.

Midden: de graaf – ter dood veroordeeld – wordt na een laatste gesprek met zijn diepbedroefde vrouw naar de terechtstellingsplaats geleid.

Op de voorgrond heeft de onthoofding plaatsgevonden. De gravin ontvangt uit handen van de beul het hoofd van haar terechtgestelde man en neemt zich voor zijn gedachtenis in eer te herstellen.

    ‘De vuurproef’

De gravin vraagt genoegdoening aan de keizer en onderwerpt zich aan het godsoordeel om de onschuld van haar man te bewijzen. (In de schilderkunst van die tijd stond de hond – hier voor de weduwe – symbool voor trouw.)

Met het zonder pijn vastnemen van de roodgloeiende ijzeren staaf bewijst de weduwe de onschuld van haar man.
Otto beseft de valse beschuldiging en veroordeelt zijn gemalin ter dood.

In de verte is de brandstapel te zien, waarop het vonnis ten uitvoer wordt gebracht.

Hier is duidelijk sprake van een legende uit de vroege Middeleeuwen. Keizer Otto III – aan wie deze legende werd toegeschreven (bron: Musea voor Schone Kunsten van België) – werd in 980 te Kessel bij Kleef geboren. Hij werd na de dood van zijn vader in 983 op driejarige leeftijd tot koning van Duitsland verkozen en in 996 gekroond tot keizer van het Heilige Roomse Rijk. Hij stierf in 1002 in Italië op 22-jarige leeftijd ongehuwd en kinderloos.