Overige non-fictie

In deze lijst zijn de teruggevonden publicaties, opstellen, beschouwingen, essays titels
opgenomen en de non-fictiewerken In naam van de beesten en IJlings naar nergens.

RDB, ‘Kosmische nevels’. In: Wij, Studententijdschrift, Koninklijk Atheneum Berchem, maart 1946.
RDB:

Wij Studenten …’

‘Naklank van de revue’

In: Wij, december 1946.
Kroksteen De Calvarieberg naar «Barchoem Kark» In: Wij, april 1947.
RDB, Vermeylen leeft nog …’

Sinjoren uit de Goede Tijd’

‘Bericht van een boekenwurm’

In: Wij, april 1947.
RDB, 1 Juni – Rouwhulde’, redactioneel: herdenking van de in de WO II omgekomen leraren en leerlingen. In: Wij, extra huldenummer, juni 1947.
Proza vanaf 1948 is geschreven onder zijn pseudoniem
Ward Ruyslinck
Rond Savenberg en zijn Balladen’ In: Het Daghet, 1948, p.207-208
Een jeugdbrief van Karel van de Woestijne’. Bespreking van de brief (gevonden bij zijn hospes in Gent). In: Nieuwe Stemmen, 1949, p. 46-47.
Ward Ruyslinck antwoordt’, repliek op de recensie van De citer van Tijl (in de rubriek ‘Powezie’ van ’t Pallieterke van 9 augustus 1951). In: ’t Pallieterke, 23 augustus 1951.
Reactie op de vraag: ‘U, lezer, wat zou u doen als u wist, dat u maar drie dagen meer te leven heeft?’ In: Humo-radio, 1951 (knipsel in Letterenhuis).
Ken u zelve’,
geschreven als anekdote; te lezen als kritiek op zijn eigen bundel Het huis onder de beuken.
Niet gepubliceerd, 1952, typoscript in Letterenhuis.
Fouten in de som of De stuiptrekkingen van de psychologische roman’. In: Nieuw Vlaams Tijdschrift, 1958 jrg. 12, nr. 2, p. 216-218.
‘Galina Nikolajeva, protagoniste der piatiletzla’. In: Nieuw Vlaams Tijdschrift, 1958 jrg. 12, nr. 10, p. 1109-1114.
‘Russische Meistererzählungen’. In: Nieuw Vlaams Tijdschrift, 1958 jrg. 12, nr. 12 p. 1324-1329.
Het humanistisch streven en het streven van de schrijver Antwoord op de vraag van BNRO-Brussel in maart 1959: ‘Welk verband tussen het humanistisch streven en het streven van de schrijver ziet u?’
Manuscript in Letterenhuis.
Van poëzie naar proza. Oorzaken van een desertie’. In: Elseviers weekblad, 16 april 1960.
‘Pieter Aerts: Weinig geschreeuw en veel wol’. In: Nieuw Vlaams Tijdschrift, 1961 jrg. 14, nr. 10, p. 1213-1216.
Schrijvers over hun lectuur’. In: Het Vaderland, Weekjournaal, 3 februari 1962.
Clem Schouwenaars en Willy Roggeman: halve prijs voor volle waarde’,
laureaten van de Leo J. Krijnprijs.
In: De Periscoop, maart 1963.
Heinrich Böll: Ansichten eines Clowns, Boek van de Maand.

 

In: De Periscoop, september 1963.
Ik ben onlangs vreselijk geschrokken’,
toen ik las dat Het reservaat op de bestsellerslijst van de Standaard Boekhandel stond…
satire 1964, manuscript in Letterenhuis.
Herman Moers en Günter Seuren, Nieuwe namen in de Duitse roman’, essay. In: De Periscoop, oktober 1964.
Autobiografie’. In: Werk van nu, Manteau, Brussel-Den Haag, 1965, p. 50-53.
Drek- en driftliteratuur’, fragment uit de lezing ‘Lof en kritiek van mijn generatie’. In: DWB, jrg. 110, 1965, p. 432-439

en in: Werk van nu, Manteau, Brussel-Den Haag, 1965, p. 53-64.

‘Brief aan de criticus Kees Fens’. Polemiek over ‘Drek- en driftliteratuur’ in: Boemerang, tijdschrift voor Anti-kritiek, nr. 1. Bijvoegsel bij Yang nr. 15, september 1965.
‘Open brief aan Kees Fens’. Polemiek over ‘Drek- en driftliteratuur’ in: De Tijd-De Maasbode, 2 oktober 1965.
Kees Fens gooit een fens(ter) op flaanderen open’. Polemiek over ‘Drek- en driftliteratuur’ in: DWB, 1965, jrg. 110, nr. 8.
Ward Ruyslinck geeft zijn mening’,
brief over de benoeming van twee inspecteurs van de Openbare Bibliotheken.
In: Gazet van Antwerpen, 26 april 1965.
Kauwen en herkauwen. Proza van hier en elders’ Over Heinrich Böll, Biljarten om half tien, Gisela Elsner, De Reuzendwergen, divers werk van Jan Wolkers en B. Traven, Het dodenschip.

In: De Periscoop, maart 1966.

Autoanthologie’ In: DWB, jrg. 111, 1966, p. 70-71.
De hel van Viersel’. Open brief aan de minister van Openbare werken over de vertraging bij verharding van de weg. In: Gazet van Antwerpen, 18 november 1966,
en in Dubbellevens, p. 161-163.
‘Lente moeheid …’ In: De Bond, 14 april 1967.
Over de vrede’, antwoorden op de vragen Wat is volgens U vrede? Wat kan de Vlaamse student hiervoor doen?

(samen met Minister De Riemaecker)

In: Vandaag, maart 1967.
‘Non olet’, satirisch opstel over de toekenning van literaire prijzen. In: Snoecks 68, Snoeck’s Literaire Almanak, november 1967, p. 23-27.
Montrealia. Verslagen van de Wereldtentoonstelling in Montreal. In: Gazet van Antwerpen, 20-25 mei 1967.
1. ‘Zijne koninklijke hoogheid prins dollar. Vlamingen toch hoogvliegers?’ 20-21 mei 1967.
2. ‘De onzichtbare mens en zijn tijd. Twee niet gecanoniseerde heiligen’. 22 mei 1967.
3. ‘De vleespotten van België. Kleine, beschaafde natie’. 23 mei 1967.
4. ‘De Canadese taalstrijd. Het laatste avondmaal’. 25 mei 1967.
Open brief aan Fernand Auwera, lid van het Bestendig Kernkomitee van Waakzaamheid tegen de Censuur;
‘Ward Ruyslinck werkt niet mee aan anti-censuuravond te Brussel. «Hele anti-censuuraktie op zijspoor …»’.
In: Gazet van Antwerpen, 15 mei 1968.
‘La-di-da ! een inkijkje in “Her Majesty’s Capital”’ In: Snoecks 69, Snoeck’s Literaire Almanak, november 1968, p. 94-115.
Leesrapport Bitter Babylon van Ethel Mannin. 1968, manuscript in Letterenhuis.
Zelfportret’. In: 40+ literaire radioportretten, onder redactie van Wim Hazeu, Boekenweek 1969, Amsterdam: CPNB-uitgave, p. 87-88.
Bijdragen – als lid van de Wereldvredesraad – in de reeks ‘Op de uitkijk’ aan Vrede, het Maandblad voor internationale politiek en vredesproblemen, Uitgave van het Vlaams Comité van de Belgische Unie voor de verdediging van de Vrede, jrg. 11-14, Gent:
‘Die S.A. marschiert’ januari 1968 (jrg. 11).
‘Which wall, sir? februari 1968.
‘Ngoey Ngoc Loan’ maart 1968.
‘Pax Americana’ april 1968.
5 april’
(n.a.v. de moord op Marten Luther King)
mei 1968.
‘Who’s who in CIA ?’ augustus-september 1968.
‘Vossen die de passie preken’ november 1968.
‘S.O.S. II’ december 1968.
‘De wereld en zijn (onder)mensen’ februari 1969.
‘Manoeuvres’ maart 1969.
‘Oehoemaia’ april 1969.
‘De onthullingen van Shoup’ mei-juni 1969.
‘Holland doet het beter’ juli-augustus 1969.
Congresseren voor de vrede’ september 1969.
‘Helden en dwazen’ november 1969.
‘De kozak en de vredesbeweging’ december 1969.
De bewustwording’ januari 1970.
‘De jacht op “explosive succes”’ februari-maart 1970.
Oh my Lord (Russell)!’ juni 1970.
De dode zielen van Buenos Aires’ september 1970.
Es waren zwei Grenadiere….’ oktober 1970.
‘Het ontstaan van de koude oorlog’ november 1970.
‘Onze vrienden de Dajaks….’ februari 1971.
‘Het P.V. syndroom’ (Post Vietnam) maart 1971.
‘Brief aan Krassowsky’ april 1971.
De vrees der veelvraten’ september 1971 (jrg. 14).
Ingezonden brief n.a.v. de recensie van de tv-film Geboorte en dood van Dirk Vandersteen jr.
‘Hoe kineasten van De Geboorte een miskraam maken. Ward Ruyslinck ontgoocheld over Dirk Vandersteen jr.’
In: Gazet van Antwerpen, 12 maart 1969.
‘Nabeschouwing bij de wereldvredesconferentie te Berlijn. Een Belgisch gezichtspunt’ (als lid van de Wereldvredesraad voor het Russisch Agentschap APN), augustus 1969, manuscript in Letterenhuis.
‘Jasnaja Poljana’, reportage van het bezoek aan het landgoed van Leo Tolstoj. In: De Nieuwe, 26 oktober 1969.
‘De Sovjetmens: een poging tot beter begrip, Slava Troedoe’ reportage van de reis naar Petersburg en Moskou. In: De Standaard, 29 oktober 1969.
‘De vergissing van Ortega y Gasset’ reportage van de reis naar Kwareli en Tbilisi. In: De Standaard, 31 oktober 1969.

Zie annex 7 bij noot 310.

‘Ward Ruyslinck antwoordt’ (op ‘Kroniek der dode zielen’). Polemiek over zijn vertaling van Het rode boekje van de seksuele revolutie in: ’t Pallieterke, 4 december 1969.
Nieuwjaar in letterenland, Vlaamse schrijvers over 1970:
‘Veel must, en veel mist’
In: De Nieuwe Gazet, 29 december 1969.
‘De meescheppende verrukking van het lezen’. Voor: Knack, ‘Gastlezer’, 1970, manuscript in Letterenhuis,.
‘De nacht van Schouwenaars’ In: De Vlaamse Gids, jrg. 54, 1970.
‘Buenos dias uit Buenos Aires, De twee gezichten van dokter Merengue’ (reportage). In: Snoecks 71, Snoeck’s Literaire Almanak, november 1970, p. 60-75.
‘Zelfportret’. In: Schrijvers in de spiegel, Paris-Manteau, Amsterdam-Brussel, 1971, p. 41-42.
Flaptekst voor de achtste druk van Böll’s Biljarten om half tien. Elseviers Literaire Serie, Amsterdam, 1972.

Tekst opgenomen in Dubbellevens, p. 252.

Op 14 maart 1971 stuurde Ruyslinck zijn flaptekst aan Angèle Manteau met aan het slot de tekst: ‘[…] Het heeft mij altijd diep gekwetst, bijna als een persoonlijke belediging, dat de auteur van deze onvergetelijke roman met hoge literaire kwaliteiten nooit een ernstige kans maakte voor de Nobelprijs.’
Omdat Heinrich Böll in het najaar van 1972 de Nobelprijs voor Literatuur kreeg, verscheen daarna – nog in hetzelfde jaar – de negende druk van Biljarten om half tien met een nieuwe omslag en nieuwe flaptekst.
‘Taal’,
artikel tegen spellinghervormingen.
In: Lode Craeybeckx, Sluipmoord op de spelling, Elsevier, Amsterdam-Brussel, 1972, p. 89-91.
N.B. Ruyslinck refereerde o.a. aan Mulisch’ Soeplepelen met een vork – tegen de spellinghervormers, De Bezige Bij, Amsterdam, 1972. Reactie op het artikel van Helge Bonset, ‘De watersoep van Harry Mulisch’ Dat begint met: ‘Aan spelling wort veel te veel tijt en aandacht besteet. Nu even eerlik: heeft u begrépen wat hier staat? Ja, natuurlik heeft u dat, net zo goet als u de rest van dit stuk zult begrijpen, ondanks de vereenvaudigde spelling ervan.’ In: Vrij Nederland, 5 februari 1972
‘Antwerpen, van gouw tot provincie’

vertaald in het Frans door Maddy Buysse:
‘Anvers, de contrée à provence’;

vertaald in het Duits door Marcus Evenhuis:
‘Antwerpen, vom Gau zur Provinz’;

vertaald in het Engels door Arthur Birt:
‘Antwerp, from region to province’;

(viertalige inleiding van provinciaal promotie-boek).

In: Antwerpen Provincie, p. 17-39, Toeristische Federatie/ Economische Raad/ Cultuurdienst van de provincie, Lannoo, Tielt-Utrecht, 1972.

Opdracht aan Ward Ruyslinck van Gouverneur Kinsbergen
Uitspraken in opspraak. Aforismen. Samengesteld door Wim G.J. van Dijk, Paris-Manteau, Amsterdam & Brussel, 1972, -96p.
‘Monologion (breve) sive Confessio Fabulatoris’. In: Provocatie en inspiratie, Liber Amicorum Leopold Flam, Ontwikkeling, Antwerpen, 1973, p. 348-354.
‘Waarom veroordelen vakantiegangers hun huisdieren ter dood?’

In een brief aan de Vlaamse kranten klaagt Ward Ruyslinck een verschijnsel aan, dat hem, sinds hij in de bossen van Pulle woont, in toenemende mate ergert en dat hij de naam van ‘dog-dropping’ gaf: het achterlaten van honden in de bossen rond Mirtenhagen.

In diverse kranten, waaronder De Standaard, Het Nieuwsblad, Het Handelsblad, 21 mei 1973.

Artikelen, waarin het verschijnsel van dog-dropping wordt aangekaart, waarin uit de brief van Ruyslinck wordt geciteerd.

‘De lijdensweg van dieren en dierenvrienden. Dog-dropping in de Kempen’.

 

In: Gazet van Antwerpen, van zaterdag 26 en zondag 27 mei 1973.

(De volledige brief van Ward Ruyslinck.)

‘De feestvreugde van Gazet van Antwerpen’ (bij coup van Pinochet). Ingezonden brief, typoscript, september 1973. (Plaatsing in de Gazet van Antwerpen onbekend.)

Een citaat eruit in Dubbellevens, p. 182.

‘Placebo’s voor een zieke samenleving?’ Boekbespreking van Iring Fetscher, Modellen voor wereldvrede, Aula 525, Spectrum, Utrecht, 1974. In: Tijdschrift voor Diplomatie, 1974, nr. 4, p. 135-139.
‘Van Ostaijen in London’. In: Snoecks 74, Snoeck’s Literaire Almanak, november 1973, p. 32-35.
‘De blokkering van het geweten’.

N.B. De titel van dit artikel is onduidelijk.
In de inhoudsopgave luidt de titel als hiervoor aangegeven, maar boven zijn bijdrage in het boek staat (zonder hoofdletters): ‘deblokkering van het geweten’.
Het artikel gaat over de blokkering van het geweten van beulen en folteraars. Maar hij eindigt met de vraag: ‘hoe kunnen we het menselijk geweten deblokkeren?’ Een vraag die hem niet alleen voortdurend bezighoudt, maar hem ook kwelt omdat hij er geen antwoord op heeft. Het zou uiteindelijk leiden tot zijn roman Wurgtechnieken (1980).

In: De Pijnbank, over martelingen als pressiemiddel op politieke gevangenen, Contact, Amsterdam, 1974, in samenwerking met Amnesty International, p. 109-118.
‘Een ovatie voor Peter Ustinov’.
een interview in Parijs met de in die tijd beroemde Britse acteur, (toneel- en scenario)schrijver, causeur en conferencier.
In: Snoecks 76, Snoeck’s Literaire Almanak, november 1975, p. 56-67.

gmp 109, -224p., afm. 20×12,5 cm
In naam van de beesten: documentaire

 

 

Manteau, Brussel-Den Haag, 1976.
Ik open mijn gordijn om de jonge zwaluwen binnen te laten,
in mijn papieren ramen maak ik gaatjes om de vliegen door te laten,
uit liefde voor de muis laat ik haar steeds wat rijst,
uit medelijden voor de vlinder steek ik mijn olielamp niet aan.

(Chinees kwatrijn)

‘Morsen met leven’. In: Henk Smid (red.), Dierproeven in de moderne samenleving. Feiten en meningen over het gebruik van proefdieren, Ankh-Hemes, Deventer, 1978.
‘Het Jaar van het Kind is aangebroken …’. Overdenking. 18 januari 1979, manuscript in Letterenhuis,

en in Dubbellevens p. 307-308

‘Erbij zijn als iemand gecremeerd wordt.’

Sombere overdenking na afloop van het groots eerbetoon door Manteau ter gelegenheid van Ruyslincks 50ste verjaardag.

Beschreef hij in zijn schriftje tot besluit van deze feestelijke dag zijn sinister lot aan het einde van zijn leven? Voorzag hij dat hij vijfendertig jaar later eenzaam in een armoedig kamertje van een verzorgingshuis, beroofd van zijn verstandelijke vermogens door de ziekte van Alzheimer, zijn laatste maanden zou slijten?

17 juni 1979, manuscript in Letterenhuis.

Een paar maanden later stuurde hij zijn  ontboezeming aan Lode Ramaekers als introductie voor het geplande interview; opgenomen in Ramaekers’ artikel ‘Een avondje met Ward Ruyslinck’ in Het Belang van Limburg, 3 november 1979.

Ook opgenomen in Dubbellevens, p. 312-313.

‘Beknopte bibliografie’ In: Yang, jrg. 15, 1979.
Concept-tafelrede t.b.v. Gouverneur Andries Kinsbergen bij het bezoek van Koningin Beatrix en Prins Claus aan de Provincie Antwerpen op 2 april 1981. Manuscript in Letterenhuis.
‘Een babbel met J. Geeraerts de koning van de Antwerpse wildernis’. (Niet Jef, maar Jan). Interview voor Humo, 1982, manuscript in Letterenhuis.
Ik leef aan de rand van de waanzin
(een hartenkreet om zijn gemoed te luchten).
ca 1983, manuscript zonder datum of titel in Letterenhuis.

 

‘De versjachering van Europa, Schrijvers over 1984’. In: De Morgen, 31 december 1983.
‘De gebarsten spiegel van Thomas van Herentals’ (Literaire wandeling). In: Topics, 11 juli 1984.
‘Onnoemelijk veel mensen hebben me pijn gedaan’. In: Flair, 19 oktober 1984.
‘Het ootje (in). Ik heb een hekel aan (in alfabetische volgorde) … Maar er blijft nog genoeg over om te koesteren en van te houden’. In: Humo, 1 november 1984.
‘Ward Ruyslinck reageert. Antwoord aan Auwera’. In: De Nieuwe Gazet, 7 september 1985.
‘Karel de Grote’ In: Het wordt klaar door de ruiten – Hulde aan Karel Jonckheere, samensteller Frans Cornelis. Uitgave gemeente Keerbergen, 31 oktober 1986
‘Hoe De Baere gecastigeerd werd’. In: overdruk voordracht uit onbekend tijdschrift, zonder datum, p. 301-304.
Over het pseudoniem van Raymond C.M. De Belser.

 

Ongedateerd manuscript in Letterenhuis.
‘Wat lezers van Knack niet mochten weten’, ingezonden brief. In: De Vlaamse Gids, januari 1988.
Ik ben een tweeling Mijmering, manuscript in Letterenhuis
‘Mijn poëtische jaren’, mijmeringen. T.b.v. tentoonstellingscatalogus, op verzoek van Hugo Brems per brief van 14 januari 1988.

Manuscript in het Letterenhuis.

‘Gekooide dieren: wat een zootje’. In: De Morgen, 29 april 1988.

gmp 357, -242p., afm. 20×12,5 cm
IJlings naar nergens: ontboezemingen van een boezemvriend (brievenboek)

‘Met de waarheid is het net als met een beruchte hoer. Iedereen kent haar, maar het is pijnlijk als je haar op straat tegenkomt.
WOLFGANG BORCHERT’

Manteau, Antwerpen-Amsterdam, 1989.

Drukkerij:
Groep Tengrootenhuysen
Antwerpen-Wilrijk.

‘Terugblik Wierook en tranen: De oogappel van twee generaties’. In: DWB, 1989, jrg. 134, nr. 2.
Flaptekst op achterzijde dichtbundel Slapeloze dagen van Monika Macken Klaproos, 1989.
‘De spraakkunst der liefde’. In: Marie Claire, februari 1990.
‘Dagboek mijmeringen’ 29 juli 1992, manuscript in Letterenhuis.
‘Dagboek, 4 t/m 10 oktober 1992’ manuscript, privé-archief FdV.

Zie annex 13 bij noot 653.

‘Wanneer je over de zestig bent, komt de dood onherroepelijk dichterbij’ (opmaat voor De bovenste trede). 1994, typoscript in Letterenhuis.
‘Verontrust’. In: Het Vrije Woord in de serie ‘Vrijzinnigheid en literatuur’, november 1995.
Antwoord op de vraag van Leopold Laarmans:
‘Is Op toernee met Leopold Sondag een (auto)biografie van professor Leopold Flam?’
2001,  gepubliceerd aan het slot van een uitvoerig forum over Leopold Flam op
http://www.leopoldlaarmans.be/f2001/f11_m1.htm.
‘Portret van een ontaarde zoon’. (Ingezonden brief als reactie op het verslag van het bezoek aan Chris De Belser in Polen van Johan Vandenbroucke, ‘Van Polen naar Kafka’. In: De Morgen, 26 mei 2004.) In: De Morgen, 2 juni 2004.
Ward Ruyslinck met ‘Het reservaat’
‘Climax – Ward Ruyslinck’

Toen Ward Ruyslinck in 2006 op verzoek van Peter Vandermeersch, hoofdredacteur van De Standaard, voor een nieuwe reeks ‘Climax van de schrijver’ terugblikte op een literair hoogtepunt in zijn carrière, koos hij voor Het reservaat.

Op de foto in zijn hand de eerste druk van dit werk. Drieëndertig jaar later in 1997 verscheen de tweeëntwintigste druk.

In: De Standaard, van 5 januari 2007.