Poëzie

De poëzie geschreven door Raymond De Belser in zijn kinder- en jongelingstijd is geheel verloren gegaan. Vanaf 1947 gebruikte hij voor al zijn poëzie zijn pseudoniem Ward Ruyslinck.

De werken die verloren zijn gegaan of in de diverse archieven niet zijn aangetroffen, zijn gemerkt met: *)

Mystische Lichtbundels, sonnettenkrans. niet gepubliceerd, 1947, *).
Viersnoer, gedichtenbundel. niet gepubliceerd, 1947, *).
‘Dronk uit het vat der sterren’,

‘Doling’, gedichten.

In: Wij, Studententijdschrift, Koninklijk Atheneum Berchem, juni 1947.
‘Wijding . . .’, gedicht ter herdenking van de gevallenen in de oorlog. In: Wij, huldenummer, juni 1947.
‘Heer, ben ik . . .’,

‘Mijn hart, dat ledig uitvaart’,

‘Met geblinde luiken’,

‘Fermate’,

‘Ik ben in uwe hand . . .’, gedichten.

niet gepubliceerd, 1947, Letterenhuis.
‘Alice, ik heb uw lief gelaat . . .’, gedicht. In: Het Daghet, juni 1947.
In memoriam fratris, gedichtencyclus.

‘In zalig aandenken aan mijn broeder Roeland († 22 september 1948)’.

Uitgegeven in eigen beheer, Oude God, september 1948, afm. 21,5×13,5 cm, -12p. (ineengevouwen – zonder omslag).
‘Jormungand’, gedicht. niet gepubliceerd, 1949, *).
‘In cordis bene sonantibus’

‘Dialoog’

‘De beeldenstorm’, gedichten.

Letterenhuis, 1949
‘Altijd’, gedicht. In: Nieuwe Stemmen, november 1950.
‘Trilogie der autosynthese’, gedichtencyclus. In: Nieuwe Stemmen, maart 1951.
‘Een kroon van doornen’, gedicht. In: Nieuwe Stemmen, oktober 1951.
De citer van Tijl, gedichtencyclus.

 

De galerij der jongeren, Nederokkerzeel, 1951, afm. 24.5 x 16 cm, -16p (geniet).Drukkerij Vonksteen N.V. Langemark
  Colofon: De Citer van Tijl is nummer 11 in de reeks «De Galerij der Jongeren» verschijnend onder de auspiciën der A.K.K., onder de redactie van Marcel Polfliet.
‘De nieuwe ark’, gedicht. In: Nieuwe Stemmen, september 1952.

I
Het huis onder de beuken, gedichtencyclus
De galerij der jongeren, Nederokkerzeel, 1952, afm. 24,5 x 16 cm, -16p, (geniet).

Het huis onder de beuken is nummer 24 in de reeks «De Galerij der Jongeren».

Redactie: M. Polfliet, Laarstraat 45 te Nederokkerzeel.

Mozaïek, gedichtencyclus niet gepubliceerd, 1953, *).
De essentie van het zwijgen, gedichtencyclus.

 

Niet opgedragen aan mijn vrouw,

om met de traditie te breken.

De galerij, 1953, afm. 21,5×14 cm, -16p (geniet).

 Dit is nummer 48 van de Galerijreeks.

Uitgever-reeksleider: Marcel Polfliet, C. Permekelaan 33, Evere

‘Afscheid van Stefana’, fragment uit Fanaal in de mist, later uit het werk geschrapt. In: Tolk: maandschrift voor jongeren, september 1953, nr. 6, ’s-Hertogenbosch.
‘Wij zijn bijeengebonden in een tros’ kwatrijn.
In: geboortekaartje zoon Chris, december 1954.
‘De anemoon die niet meer bloeit’

‘De tollenaar’, gedichten.

niet gepubliceerd, 1955, Letterenhuis.
‘De laatste kinderdroom’, gedicht. In: Dietsche Warande & Belfort (verder DWB), juli 1955, jrg. 100.
Fanaal in de mist. Het epos van een paria, verhalend gedicht.

 

De sterke is een bergbeklimmer,

de zwakke is zijn berg.

Geloof? – Een twijfel die ons immer

verwijdert van het merg.

Die Poorte, Antwerpen, 1956, afm.: 22.8×14.8. -40 p. (ingenaaid).

Colofon: Fanaal in de mist werd in januari 1956 gezet uit de Baskerville en gedrukt op de persen van de Drukkerij Die Poorte te Antwerpen.

De eerste oplage bedraagt 220 exemplaren, genummerd van 1 tot 220.

‘Een schilder met non-figuratieve klieren’, koldergedicht. In: Het Belang van Limburg, 3 november 1964.
‘Emile Verhaeren in het Museum Plantin-Moretus’, satirisch verslag van de opening van het Salon Verhaeren in het Museum Plantin-Moretus.

Illustratie bij gedicht in Sodipa. Herkenbaar zijn burgemeester Craeybeckx, conservator Voet (met bril) en Emile Verhaeren in de schilderijen aan de wand.

In: Sodipa, december 1966 en in Dubbellevens, p. 150-152.
‘Aspirine, vaseline, sulfamide, bromide’, satirisch gedicht voor de gelauwerden. niet gepubliceerd, 1967 Letterenhuis.
‘Het roodborstje’, satirisch gedicht (geïnspireerd door de bibliothecaris van Museum Plantin-Moretus) In: Het ledikant van Lady Cant, Paris-Manteau, Amsterdam-Brussel, 1968.

en in Dubbellevens, p. 174-175.

‘De stille zomer is weer uit …’, met nieuwjaarswens 1969. In: Vrede, 12e jrg. nr. 1, januari 1969.
Neozoïsch – Parapoëtische montages,
Poëtische gedachtenspinsels in 20 hoofdstukken.
Uitgeversmaatschappij A. Manteau n.v., Brussel, 1971. Afm.: 21 x 21 cm, -37p. (ingenaaid – licht kartonnen kaft met flappen) 4 foto’s.
Voor Jan en Jettie       Colofon:  Neozoïsch – Parapoëtische montages werd naar een lay-out voor tekst en omslag van Stefan Mesker gezet in de Times corps11 op 12 en op de persen van drukkerij Erasmus n.v. te Ledeberg bij Gent gedrukt.
De letters van de titel en de cijfers van de twintig hoofdstukken maken deel uit van een door Stefan Mesker ontworpen alfabet.
De foto’s zijn van Jan Pollaerts.Van de totale oplage werden 500 exemplaren genummerd en gesigneerd door de auteur.
‘Ik heb een hekel aan het lijden

dat geleerden uit plutonium bereiden’

In: Manteauauteurs scheren hun zwarte schapen, Paris-Manteau, Brussel-Den Haag, 1973, p. 23-24.

Later opgenomen in Hunkerend gevangen, p. 10-11.

Hunkerend gevangen, gedichten uit de periode 1969-1988.

 

En ik weet niet, is het heimwee of verlangen,

een herinnering of al een voorgevoel?

Houdt het leven met een ongeweten doel

mij, bevlogene, hier hunkerend gevangen?

A. Roland Holst (1888 – 1976)

Uit: ‘Een Winteravondval’

De Prom, Baarn, 1988. Afm.: 20,5×12 cm, -38p (ingenaaid).
‘Ik ben vandaag geladen met taal’, gedicht. In: IJlings naar nergens, Manteau Antwerpen-Amsterdam, 1989, p. 83-84.
Zo weinig en zo veel, gedichten uit de periode 1988-1992.

For Godsake hold your tongue…

and let me love

john donne

Manteau, Antwerpen, 1993.

Afm.: 21×13, -16p (geniet).

Colofon

Zo weinig en zo veel van Ward Ruyslinck verschijnt als geschenk van Uitgeverij Manteau ter gelegenheid van de jaarwisseling en de geboorte van het jaar 1993.

‘1999’,

‘Laatste wil’, gedichten.

In: Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift, 17e jrg., zomer 1999.
Last Post, nagelaten gedichten 1979-2005.

 

Gedichten:

niet gepubliceerd, privé-archief (FdV).
Ik heb je zo onlesbaar lief
Morgen breek ik bij je in
Ik houd van schapen en geiten
Luister naar het gekwaak,
Ich bitte dich
Een dichter is altijd thuis
Met de beste wensen voor 1969
De zenuwzomer is voorbij
Door hoeveel vensters
Moderne tijden?
Twijfel
Ik leef te lang
We gaan dood
Enkele kwatrijnen (bij schilderijen van Monika Macken)