Waarom – daarom

De bekentenis van Ward Ruyslinck in een populair tv-programma dat zijn vrouw zichzelf had gedood, omdat ze niet zonder hem wilde leven, veroorzaakte in de media opschudding. Ik las verschillende interviews en keek naar het tafelgesprek in ‘Sonja op zaterdag’ op 16 mei 1992 en voelde een sterke gelijkenis van zijn huwelijksleven met dat van mij met mijn eerste vrouw. Nadat ik de brievenroman De speeltuin had gelezen, moest ik hem dit schrijven. Ruyslinck reageerde daarop:

‘Zo vaak denk je als schrijver dat je een uniek boek hebt geschreven, omdat je er zeer aparte persoonlijke ervaringen in hebt verwerkt, maar uit brieven zoals de uwe en die van enkele andere lezers blijkt dat het lot geen uitzonderingen duldt. Mensen zijn geconditioneerd door hun hartstochten en dat verklaart waarschijnlijk waarom wij in verdriet en geluk, in liefde en haat zozeer op elkaar lijken. […]

Als u er ooit toe komt het relaas van uw lijdensweg op papier te zetten, dan wil ik dat zeker graag lezen. Ik ben benieuwd.’

Nadat hij mijn Gezinsverbijstering had gelezen, schreef hij me:

‘[…] Uw relaas is, zoals u zelf vooraan erkent, “gebaseerd op mijn eigen beleving”, en dat was waarschijnlijk alleen mogelijk omdat u van die beleving afstand hebt kunnen nemen. Het resultaat is dan ook een uiterst geloofwaardige, voor lezers met een identieke ervaring boeiende autobiografische roman.

U merkt dus wel dat ik in de gunstige zin subjectief tegenover uw boek sta. […]’

Ruyslinck nodigde me uit om een en ander te bespreken en om samen de voor deze gelegenheid gereserveerde ‘grand crû classé’ te drinken. Het was een zeer intiem gesprek, waaruit een warme vriendschap is ontstaan.

Aangezien ik alles verzamelde wat met mijn vriend verband hield, vroeg Ruyslinck mij in 2004 om zijn biografie te schrijven in de veronderstelling dat ik hiervoor al dat materiaal verzamelde en bronnenonderzoek deed. Het was niet mijn bedoeling een biografie van hem te schrijven, maar Ruyslinck verzekerde mij dat hij onder de indruk was van mijn literair speurwerk en dat het schrijven me ook zeker zou lukken. Ik beloofde hem dat ik er na mijn pensionering mee zou beginnen. Nadat ik met leeftijdspensioen was gegaan, werd ik nog als adviseur gevraagd door verschillende provinciale overheden. Pas in 2014 maakte ik van mijn onderzoek een dagtaak.

Ik ben blij dat ik nu ruim vijf jaar na zijn dood mijn belofte aan Ward Ruyslinck heb waargemaakt.